De Pen is Bij… Theo Nieland

In deze rubriek leveren wij om de twee weken de pen af bij een Zandtemer. De Pen is deze keer bij… Theo Nieland

” Mijn naam is Theo Nieland, ik ben 84 jaar geleden geboren in Rotterdam in een gezin van vijf als de jongste. Op 14 Mei 1940 heb ik het bombardement meegemaakt, de brand is vlak bij ons huis gestopt. We gingen door “de puin” naar school, die was net gespaard. Eind van de oorlog ben ik naar de H.B.S gegaan. In de laatste klas kreeg ik het idee iets voor de mensen in Afrika te gaan doen. Daarom ben ik ingetreden bij de Missionarissen van Afrika, De Witte Paters nadat ik nog twee jaar Latijn en Grieks heb geleerd. Na zeven jaar studie ben ik Priester gewijd in Veghel door Bisschop Bekkers tezamen met 15 klasgenoten en daarna benoemd voor het toenmalige Noord -Rhodesia, dat sinds 24 Oktober 1964 Zambia heet. In Malawi heb ik de Bantoetaal Chitumbuka en de plaatselijke gewoonten geleerd.

Mijn eerste benoeming was in de missie Lumimba vlak aan de grens met een wildreservaat. Vroeg op een zondagmorgen  ben ik eens een grote leeuw tegengekomen, hij zat al vol met vlees…Na een jaar verplaatst naar een andere missie en Mei 1964 naar nog een andere Kanyanga missie in district Lundazi in de Oost provincie van Zambia. Het gebied van die missie was enorm. Begin augustus was ik in een buitenpost/kerkdorp Kapekesa voor een paar dagen. Meestal gingen we op zondag terug naar de missie, maar ik wilde nog enige dorpen bezoeken en sliep ik nog van zondag op maandag in een eenvoudige Strohut. Midden in de nacht werd ik wakker geroepen: de oorlog is uitgebroken. De helft van het dorp brandde al. Ben snel met de motor met een jongen met speer in het donker naar de politie gegaan, het was heel erg koud.

Onderweg ben ik overvallen door de opstandelingen. Ben in de rimboe gerend, achtervolgd en in elkaar geslagen, mijn valhelm was gespleten. Zij dachten dat ik dood was, maar na enige tijd ben ik wakker geworden, wist niet waar ik was, na enig dwalen in het donker de weg gevonden en naar de politie gelopen, daar brandde alles zonder mensen. Hoewel ik zwaar gewond was, voelde ik niets, ik heb in een roes gelopen naar veiligheid, blijkt later ongeveer drie kilometer. Uiteindelijk kwam ik bij een huis aan van een Europeaan, daar was ik een keer geweest. Daar viel ik om en heeft de man mij in bed gelegd en toen het licht was naar de plaatselijke kliniek gebracht. Daar lagen allemaal stervende en gewonde mensen, ik was de enige blanken. Uiteindelijk ben ik ruim 500 kilometer verderop in een ziekenhuis gekomen en op een hoop andere zwaar gewonden gelegd. In de avond deed Dokter Cairns een Engelsman zijn ronde en herkende mij. Hij legde mij in een bed, waar ik de volgende  dag wakker werd. Alles deed pijn. In Malawi hebben Ierse Missiezusters mij verpleegd en in december ben ik naar Nederland gevlogen, een nacht thuis bij mijn Moeder geweest en de volgende dag naar het ziekenhuis in Rotterdam, afdeling Memisa voor enige maanden. Met veel geduld was ik er weer en ben ik Februari 1966 weer terug gegaan naar Zambia. Daar heb ik met veel plezier en samen met de mensen en een echtpaar Oostenrijkse Vrijwilligers veel goed werk kunnen verrichten.

Ik heb veel van de mensen geleerd, mogelijk meer dan zij van mij…. In december 1980 had ik een meningsverschil met de Zambiaanse  Bisschop, ik kwam op voor de mensen tegen het Instituut Kerk. Na 20 jaar noeste arbeid kreeg ik een enkele reis naar huis. Dat deed pijn. Na drie jaar ben ik uitgetreden en via de Kerkelijk Rechtbank ben ik gevrijwaard van mijn rechten en plichten van het Priesterschap. Ik was weer “leek”. Ik heb werk gevonden bij de Vastenactie en heb daar 12 ½ gewerkt.

In Oktober 1996 ontmoette ik Nora de Wijn, we hebben heel veel gewandeld en gepraat. Nora vroeg me bij haar te komen wonen. Dat gebeurde op 24 April 1997.

Vragen en antwoorden

Hoe lang ben je al Zandtemer?

Aldus woon ik inmiddels reeds 20 jaar in ’t Zand en ben ik een (import) Zandtemer. Ik hoop dat nog lang te mogen doen samen met Nora.

Wat bevalt je aan ’t Zand?

De rust en de ruimte. Ik zou nooit meer in een stad willen wonen.

Wat is je mooiste plekje in ’t Zand?

Met een beetje mooi weer vind ik onze achtertuin de mooiste plek in ’t Zand.

Wat is je mooiste herinnering?

Mijn aankomst in de Julianastraat 20 jaar geleden.

Waar kan je o.a. van genieten?

Ik kan heel erg genieten van de (volle) maan.

Wat mist ’t Zand?

Ik mis in ’t Zand een groepje mensen waarin je vrij en open over je eigen “ik” kan praten en ervaringen kan uitwisselen.

Waar kunnen we je ’s nachts voor wakker maken?

Als het nodig is ben ik er zo, maar anders wil ik niet gestoord worden in mijn nachtrust.

Als ik aan ’t Zand denk, dan…

denk ik aan de vele wapperende vlaggen van 275 jaar ’t Zand. Een vrolijk gezicht.

De pen gaat naar Zandtemer… omdat?

Nora de Wijn omdat zij onze situatie van haar kant kan belichten.