De weg kwijt

“Gaat u naar de kerk?” vraag ik aan haar wanneer we elkaar passeren op de gang. De kerkklokken hadden even daarvoor laten horen dat er een mis gehouden werd. “Ja” bevestigd mevrouw, “dan heb ik ook mijn loopje voor vandaag gehad.” U doet er goed aan om een jas mee te nemen” adviseer ik haar, “het is nu nog mooi weer maar als u uit de kerk komt regent het volgens de voorspellingen”. Mevrouw kijkt mij eens aan en kijkt dan naar het mooie weer buiten. “Beter mee verlegen als om verlegen” probeer ik haar te overtuigen”, “nou dat zei mijn moeder ook altijd” zegt mevrouw en ze gaat haar jas halen. Ruim een uur later tijdens onze pauze zie mevrouw de kerk uitkomen, als ik even later een tweede kopje koffie inschenk loop ik even naar de hal toe om te kijken of mevrouw binnen is omdat na een bepaalde tijd de deuren op slot gaan. Ik zie haar niet meer lopen en vertrouw erop dat ze naar haar appartement is gegaan. Als ik met de koffie voor mij en mijn collega’s aan kom lopen zie ik mevrouw weer terug naar de kerk lopen. Ik roep haar naam, mevrouw hoort wel iets maar we krijgen geen oog contact. Ik zet de kopjes neer op een tafel op het terras en loop achter haar aan.

Bij de kerk haal ik haar in. Ik leg mijn hand op haar arm, noem haar naam en vraag of ik haar kan helpen. Ontdaan zegt mevrouw “Ik ben de weg kwijt, Ik weet niet meer hoe ik naar huis moet komen”. “Dat is toch ook wat”, zeg ik, “kom maar ik breng u wel even naar huis”. In de regen lopen we weer terug. Als we aan de andere kant van het gebouw komen zegt mevrouw blij “ja dit ken, hier woon ik, meid ik ben helemaal van slag, en dat jij dan zo ineens weer naast me staat, Ik snap er niks van”. Als we bij mevrouw haar appartement komen is ze moe van het hele gebeuren, Ik loop even mee naar binnen en zet een kopje thee voor haar. Mevrouw droogt haar haren met een handdoek en als ik zie dat ze weer rustig zit vraag ik of ik nog iets voor haar kan betekenen. “Ik snap niet hoe jij zo uit de lucht kom vallen, maar ik ben blij dat ik je tegenkwam” zegt mevrouw. Met een warme glimlach laat ik haar genieten van haar kopje thee.