Een jaar pelgrimeren: van Santiago naar ’t Zand.ia.go

Een reisverslag van Karin Beenhakker & Luc Pijman met ezels Sjaan en Nel

Precies 14 jaar wonen we in ’t Zand, waar we ons eigen Buitenland koesteren als de mooiste plek ter wereld. Toch hebben vele factoren ertoe geleid een sabbatical te doen en weg te gaan.
Daarmee hebben we de bewuste keuze gemaakt na twee jaar voorbereiding om een jaar lang ‘alles’ op te geven en ‘niets’ te moeten. Kinderen, familie, dieren, huis, haard, land en werk loslaten met maar één realiteit als basis: leven met de dag. Zien wat de dag ons brengt om op 1 september 2019 weer thuis te komen; meer ’thuis’ bij onszelf.
Want 25 jaar huwelijk, 25jaar kids grootbrengen, leven, geleefd worden en in ons geval letterlijk overleven en altijd maar doorgaan heeft ons doen beseffen dat het nu tijd is voor reflectie, tijd nemen, vrijheid en leven met de dag.

Ooit begonnen in een ‘zwerversbestaan’ voor ArtsenZonderGrenzen was onze keuze snel gemaakt om weer een pad van avontuur in te slaan. Deze keer gericht op onszelf en elkaar om in alle eenvoud naar de basis terug te gaan waar het om draait. Wat ons betreft: leven zonder luxe, verplichtingen en timeframe. Een pelgrimage waarbij we als eerste thema kiezen om ergens ‘dwars doorheen’  te willen en durven gaan. Onze eigen benen kunnen ons overal heenbrengen en we zullen ons laten helpen door onze ezels Sjaan en Nel.

Welnu, al deze bespiegelingen vooraf kunnen we inmiddels toetsen aan het feit dat we al maanden onderweg zijn en ons doorgaans acteurs voelen in een film die toch realiteit is!

Daadwerkelijk vertrekken bleek echt een drama. Een dag later dan gepland moesten we onszelf letterlijk losrukken van alle dagelijkse beslommeringen en misschien wel een portie angst dat het toch écht zover was, de sprong naar zoveel onzekerheid en het grote loslaten van alles….
Na drie dagen en twee nachten reizen was het zover: na een voorspoedige reis aankomen in Santiago de Compostela in Noordwest Spanje en ter plekke bedenken waar we onze gestresste ezels moeten ‘parkeren’ in het besef dat we worden achtergelaten en het nu menens is!

De eerste stap om een week te acclimatiseren bleek een goeie: vlak buiten de stad vonden we gevieren onze rust onder de Spaanse zon met Spaans gras en tapas en konden we genieten van dit indrukwekkende bedevaartsoord waarvan de aantrekkingskracht alleen maar groeiende is met zo’n 1000 aankomende pelgrims per dag.
Vooral de Camino Francés, de noordelijke pelgrimsroute, is erg populair in tegenstelling tot de route die wij ons bedacht hadden. Dat is de ‘Via de la Plata’ die als oudste pelgrimsroute dwars door Spanje heen loopt. Deze route is ooit door de Romeinen aangelegd om het zuiden met het noorden te verbinden als handelsroute. Pas in de middeleeuwen werd het voor pelgrims de christelijke route naar Santiago vanwege het vermeende graf van de apostel Jacobus dat aldaar is gevonden.
Deze ‘Via de la Plata’ wordt ook wel ‘route van de waanzin’ genoemd omdat het zo’n uitputtingsslag is. De hitte, verlatenheid, stilte, onmogelijke paden van Romeinse keien maken dat deze Camino (weg) een beroep doet op ieders uithoudingsvermogen, moed, vindingrijkheid en kracht als het om body & mind gaat.

In dit opzicht zijn wij een stelletje simpele zielen want wij waren hier niet echt van op de hoogte.
Deze ‘zilverroute’ was gewoon het perfecte puzzelstuk om ons zilveren huwelijk te bekrachtigen en daarbíj lopen we de route andersom naar het zuiden in maanden dat de ergste hitte voorbij is, dachten we. Thats all!
Echter, na de eerste dag lopen realiseerden we ons wat het werkelijk betekent om iedere dag onderweg te zijn in tegengestelde richting en dus makkelijk te kunnen verdwalen. Daarbij waren we net een lopende karavaan met bagage voor een jaar aan hoeveelheid kilo’s en dan nog de verantwoording dragen voor twee ezels die Nederland in hun kop hebben en bovenal gewoontedieren zijn!
Wennen aan fysiek lopen, hitte en het niet weten of er onderdak en eten is. Gelukkig bleek het vinden van water in de provincie Galicië geen probleem. Toch bleken daar veel dorpjes verlaten wat ons heel creatief heeft gemaakt om overal de oogst aan vooral appels, peren, druiven en een enkele tomaat te plunderen. Het heeft ons op de been gehouden en daarnaast hebben we goed geluisterd naar ons lijf en gestopt als we niet meer verder wilden of konden.
Want ja, álles en iedere dag is een groot avontuur waarin niets valt te plannen omdat het simpelweg iedere dag anders loopt door de ezels, mogelijkheden of onmogelijkheden die zich daardoor voordoen, we regelmatig verdwalen omdat pijlen natuurlijk de andere kant opgaan én niets vanzelfsprekend is als je de Camiño loopt.
Een gezegde wat ons onlangs door een andere pelgrim en passant werd onthuld:
de Camiño geeft je ALTIJD wat je nodig hebt en NOOIT waar je om vraagt!

Dat kunnen wij inmiddels na maanden lopen beamen. We zijn onszelf meer dan eens tegengekomen als we verdwaald waren en zomaar doodmoe ergens buiten moesten slapen of eindelijk een dorpje zien om wat te eten wat als zoveelste dorpje verlaten blijkt. Of als we niet goed aandacht besteden aan het opladen van de ezels en alle bagage verspreid ligt over vele Romeinse keien. De ezels van iets schrikken en er vandoor gaan en wij erachteraan. Soms vergeten we wandelstok, hoed of tas en moet er één van ons terug.
Maar al doende hebben we veel geleerd en verwijten we onszelf niet meer ‘simpel’ te zijn.
We kunnen met recht zeggen doorgewinterde pelgrims te zijn. Ondanks vele afschrikwekkende (vaak onterechte) verhalen, beren en wolven, hebben we ons niet van het pad laten brengen wat brengt bij onze lijfspreuk: dream it, wish it, dó it!   

We zijn zonder kleerscheuren door de provincies Galicië, Castilla y Léon en Extremadura gelopen en hebben naast al die ongelofelijke schoonheid van de natuur ook de historische steden Ourense, Zamorra, Salamanca, Cáceres en Merida bewonderd en de daarbij behorende ongemakken met ezels en steden overleefd. Sjaan en Nel kijken niet meer op van toeterende auto’s en drukke verkeersrotondes. Terwijl delen van Spanje werden geteisterd door noodweer liepen wij droog en hebben tot Merida precies twee keer een uur in de regen gelopen op tien volle weken en ruim 750 kilometers.

Als we hopelijk half december de kerststal van Granada in Andalusië binnenwandelen om onze ezels hun toneelstuk te laten spelen, kunnen wij inmiddels vol vertrouwen geloven dat er vast een herberg is waar we meer dan welkom zijn. Want god wat zijn wij oprecht dankbaar voor al die hulp en prachtige mensen en liefde uit meestal onverwachte hoek op ons pad.
Kúnnen openstaan en vertrouwen en niet bang zijn en ook hulp durven vragen als je die nodig hebt, is precies datgene waarin wij willen geloven in een wereld die veel mooier en leuker is dan we dachten of durven hopen met elkaar….