Gemeente wil inwoners helpen financieel gezond te blijven

Wethouder Ben Blonk van Samenlevingszaken opende op dinsdag 27 juni in ’t Zand een informatiemarkt geldzaken. Netwerkpartners van gemeenten, vrijwilligersorganisaties en bewindvoerders wisselden hier met elkaar kennis uit met als doel: inwoners snel de beste ondersteuning bieden om financieel gezond te worden en te blijven.

De wijkteams van de gemeente Schagen organiseerden de informatiemarkt geldzaken, zodat medewerkers van verschillende instanties met elkaar konden netwerken en kennis uitwisselen over de verschillende vormen van hulp en ondersteuning aan inwoners. Hierdoor weten ze elkaar sneller te vinden als een inwoner hulp kan gebruiken, en weten ze snel de juiste vorm van ondersteuning toe te passen.

“Financieel gezond zijn is ontzettend belangrijk, en dat is niet hetzelfde als rijk zijn”, legt Wethouder Blonk uit. “Waar het om gaat is dat grip houdt op je inkomsten en uitgaven, of je nu veel of weinig te besteden hebt. Voorkomen dat je schulden maakt en de grip op je financiën verliest. Dat lukt niet iedereen zomaar en gelukkig zijn er allerlei vormen van ondersteuning. Ik vind het belangrijk dat mensen op tijd de juiste steun of begeleiding aangeboden krijgen. Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen, maar iedereen kan in financieel zwaar weer komen, dan is het belangrijk om te weten dat je er ook weer uit kunt komen, en dat je er niet alleen voor staat.”

In alle wijkteams van de gemeente werken consulenten met een financiële specialisatie. Inwoners kunnen altijd bij hen terecht voor informatie, tips of ondersteuning voor het voorkomen of het oplossen van financiële problemen. Daarnaast introduceert de gemeente binnenkort online geldplannen voor verschillende financiële situaties. Voor iedereen die daar behoefte aan heeft organiseert de gemeente binennkort workshops gelpdplannen maken. Meer informatie daarover is te vinden op www.schagen.nl/gripopgeld. Want: Geld maakt niet gelukkig, maar van geldzorgen kun je behoorlijk ongelukkig worden, daar willen we iets aan doen.” Aldus de wethouder.