Twee ‘witte’ Zandtemer benzinepompen

Een blik op het verleden door Frans Popma…

Onlangs las ik dat er omstreeks 1930 tegenover de katholieke kerk aan de Keinsmerweg een heuse benzinepomp heeft gestaan. Ik raakte geïnteresseerd, omdat ik daarover nooit iets had gehoord. Nader onderzoek én door een aangereikte dorpsfoto van dit stukje Keinsmerweg met deze pomp door Danny Jimmink, werd dit historisch Zandtemer weetje van Toen snel opgelost.

De uitbater van deze pomp bleek een zekere Adriaan de Wit te zijn. Hij was de jongere broer van de opa van Olga de Wit, bekend van het unieke oorlogsdagboek. Deze Adriaan Gerardus de Wit bedreef in het ouderlijk woonhuis t.o. de kerk ook een auto- en motorenhandel. In 1929 verkocht hij zelfs aan zijn buurman en manufacturier Th. Tesselaar een Ford voor f 525,- (525 gulden). De veelzijdige Adriaan bleek niet alleen een enthousiaste autohandelaar en pompbediende te zijn geweest, maar was later ook uitbater van een café aan de Langestraat in Alkmaar en van een etablissement in Amsterdam. De op één na jongste broer van de bekende Zandtemer manufacturier Cees de Wit (1894-1946) van het hoekje bij de vlotbrug is op 14.01.1907 in Koegras geboren. Hij was getrouwd (met dispensatie in de 3e graad) met Gré de Wit (1907-1960), de jongste zus van de ongetrouwde Zandtemer metselaar Pietje Messel. Op 04.04.1968 is de voormalige Zandtemer benzineverkoper in Vlaardingen overleden en in Schoonhoven begraven. Zijn vrouw Gré is op 08.09.1960 in Amsterdam overleden en later herbegraven in Schoonhoven.

Het woonhuis van de familie de Wit aan de Keinsmerweg kreeg in 1939 een andere bestemming. Cor v.d. Berg verbouwde dit pand na een verkregen bouwvergunning tot winkelhuis. Gedurende mijn jeugd en nog vele jaren daarna heeft Cor hierin een groentezaak bedreven. Achterin de winkel en opslagruimte stond zelfs een ingenieus apparaat opgesteld, waar je tegen een kleine vergoeding je eigen piepers uit je groentetuin kon laten jassen. Natuurlijk moest je zelf thuis nog wel effe napitten want dat deed de amusante groenteboer niet. Ook kennen velen Cor nog wel van zijn bakfiets met een groot assortiment lekkernijen op het voetbalterrein van Geel-Zwart, waar hij tijdens wedstrijden zondags allerlei snoepgoed zoals Kwatta chocoladerepen, Bazooka kauwgum en Topdrop verkocht.

Een toeval of niet maar er was nog een Adriaan de Wit met een benzinepomp en ook deze was aan de Keinsmerweg opgesteld. Toen Adriaan Stefanus de Wit zijn transportbedrijf (was ook melkrijder bij Nieuw Leven) beëindigde, wilde hij graag nog wat om handen hebben. Samen met z’n vrouw Sjaan (Adriana Ligthart) bedreven ze vele jaren de bekende vrije pomp naast de snackbar. Toen ik in The Blue Birds speelde, had ik een rode Ford Capri en tankte natuurlijk vaak bij dit vriendelijke Zandtemer echtpaar. Grappig overigens dat hij de slurf van de pompslang eerst in mijn auto hing als ik de motor had uitgedaan, want anders kon hij mijn auto niet vol krijgen zei hij altijd ginnegappend tegen mij. Adriaan kwam ook nog wel eens bij ons thuis als er voorbereidingen waren voor een Zandtemer priesterfeest. Met o.a. Jeroen Doedens, Henk Veul, Adriaan Kager, Louis Raateland en mijn vader Antoon Popma heeft het dorp onvergetelijke neomistenfeesten beleefd. Jammer dat Adriaan niet lang van zijn oudedagvoorziening heeft kunnen genieten want hij is op 52-jarige leeftijd in 1972 veel te jong overleden. Gelukkig liet Sjaan (1924-1990) haar dorpsbewoners niet in de steek en ging ze door met de vrije pomp van Adriaan en heeft ze ons nog vele jaren van ‘de Witte‘ brandstof voorzien.


Naschrift 1:
In het stukje over Adriaan de Wit en zijn vrouw Gré heb ik vermeld dat Adriaan in 1968 in Vlaardingen is overleden en in Schoonhoven is begraven. Zijn vrouw Gré was al eerder in 1960 in Amsterdam overleden en later herbegraven in Schoonhoven. Natuurlijk ga je dan speuren waarom deze tak van de Wit uit ’t Zand daar terecht is gekomen? Omroepwest gaf het antwoord over twee zonen Piet en Wim van Adriaan en Gré. De broers Piet en Wim de Wit uit Amsterdam verhuisden in 1961 naar Schoonhoven en namen na drie jaar pacht het horecabedrijf over van J. van Asperen. In 1993 kwamen hun ondernemende zonen Jos en John in beeld. Zij namen het stokje over en gaven de locatie met investeringen nieuw elan. In 1998 werden na een grondige verbouwing 12 fonkelnieuwe hotelkamers opgeleverd. Daarmee werd de aloude hotelfunctie hersteld. Deze ingreep leverde meer klandizie op en bezorgde Belvédère bovendien de hoogste onderscheiding van de ANWB: hotelkampioen (https://youtu.be/2NFWgtJcwQ0). Leuk in het filmpje dat de jongste dochter Tineke nog heeft verteld waar ze als jonge meid heeft geslapen en dat ze een rasechte de Wit is. Haar vader is een de Wit en haar moeder is een de Wit en dat is goed volk.

Naschrift 2:
Familie Kees de Wit en Catharina Kruijer rond 1904. V.l.n.r. Piet, Vader Kees, Arie, moeder, Gré en Jan. Zij zijn afkomstig uit Koegras en hebben daarna op boederij de Mol aan de Ruigeweg gewoond. Daarna in een stolp (gesloopt) aan de Irenestraat en vervolgens aan de Keinsmerweg waar zoon Arie een autohandel bedreef met benzinepomp. Kort voor het huwelijk van Arie met Gré de Wit is vader Kees overleden.