ut kan vriezen

Ik kan mij niet herinneren dat vroeger,
inmiddels heb ik écht wel de leeftijd dat ik over vroeger kan spreken,
maar dat vroeger op het journaal van net 1, 2 of 3 er zo overduidelijk werd gesproken over aankomend winterweer.  Waarschijnlijk 1-2 dagen van te voren.
Meer gingen we af op de vorm en de kleur van de wolken, de vlucht van de vogels en de…..nou ja, overdrijven is ook een vak.
Maar nee, voor mijn gevoel waren in mijn jeugd de jaargetijde zoals ze horen te zijn.
Zomers blafheet, ’s winters bokkoud. En daartussen in dat wat er tussen in hoort te zitten.

Wij woonde buiten het dorp tussen ’t Zand en de Stolpen in.
Mijn vader zat in het bestuur van schaatsvereniging Nut en Genoegen in de Stolpen.
Samen met zijn matties. Vroeger noemde je dat gewoon vrienden.
Dit was voor mij een vanzelfsprekendheid.
Hij vergaderde met hen volgens mij ook in de zomer…………wat gepaard ging met bulderend gelach en kleine glaasjes met bruine drank.
De mannen waren gedreven en bloedfanatiek.
Iets wat mijn vader zonder enige moeite overbracht op ons thuis.

Zodra de winter in aantocht was begon het al te kriebelen.
De schaatsen werden van zolder gehaald en geslepen.
De vergaderingen volgde zich al vaker op kortere termijn op.
De oude caravan kwam van stal en werd geparkeerd op het ijsbaanterrein. Dit was het clublokaal en heette “de Koets”.
Het gaskacheltje werd in het houten hossie gezet en de bankjes aan weerzijde daarvoor.
De zwarte rubberen matten werden rondom uitgerold.

Een foto van de ijsbaan in de Stolpen waar deze zich vroeger bevond. Deze foto is van 2001. Het oude hossie heeft plaats gemaakt voor een modernere versie. De koets is nog wel altijd daar.

 

De eerste jaren “gewoon” kleinschalig in de supermarkt maar later werden er bij de groothandel spullen besteld waar je als klein kind likkebaardend naar kon staan kijken.
Voorverpakte gevulde of roze koeken. Grote bakken met visjes- of trekdrop.
Als deze eerst nog bij ons in huis stonden kon ik mij niet voorstellen dat wij dat zomaar op de keukentafel hadden staan.

En dan kwam de vorst. Mijn vader was buiten zijn werk om dag en nacht bij de ijsbaan te vinden.
De club deed er alles aan om een mooie strakke baan voor al zijn bezoekers te creëren.
Ze waren creatief . Ik herinner mij dat ze  ’s avonds laat gaten in het ijs boorde om zo het beetje water wat nog onder het ijs lag op het door de wind gebobbelde ijs te laten lopen zodat er een spiegelgladde laag aan kon vriezen die nacht.
Ze hebben op diverse manieren water op de baan gesproeid en naar ik weet hebben ze zelfs met branders over de baan heen gelopen. Alles voor geweldig strak ijs.

Ook wij waren ieder vrij moment op de baan te vinden. Werden we niet gebracht dan liepen wij zelf naar achter naar het egalement. Warm aangekleed met ouderwetse kriebelende bivakmuts.
Bonden wij achter in het land onze houten schaatsen onder. De schaatsen die altijd hadden moeten blijven bestaan. Met van die mooie oranje linten veters waar je als de beste op kon schaatsen.
We schaatsen over het egalement richting de Stolpen en kropen het laatste stukje op handen en knieën over de Stolperweg. Of als je mazzel had werd je getild door 1 van de daar al aanwezige mannen.
Om vervolgens intens veel plezier te beleven op de ijsbaan. Er was muziek, verlichting (sinds 1994), een knusse sfeer.

Ik zie Ome Jan en tante Ria Raatgers nog zo lopen , voorzichtig met een grote pan met warme chocolademelk tussen hen in. Die zij thuis op het vuur opgewarmd hadden en naar de Koets brachten. Glibberend over het wegdek. Als je mazzel had was er ruimte in het houten hossie bij de kachel.
(Het hossie wat overigens in 1998 in de brand kwam te staan.) Anders zat je buiten op een houten bankje.
Met rode wangen en neus klemde je je koud geworden handen om het plastic bekertje heen.
Ondertussen, hoe later op de dag, werden de geluiden uit de oude caravan al gezelliger en luidruchtiger. Ook al zat mijn vader in dit ijsbestuur, dat zithoekje van de caravan, om de hoek van het kleine verkooppuntje van chocomel en gevulde koek was een soort van verboden terrein voor ons kinderen.

Hier ook werden de wedstrijden gepland die iedere keer weer plaats vonden. Menig medaille heb ik daar, vooraf doodzenuwachtig aan de start,  hakketakkend weten te behalen.

Ook organiseerde de Stolper ijsclub toertochten. We startte bij de ijsbaan en schaatste over polderslootjes en langs rietkragen. Geen flauw idee waar we waren of waar we heen gingen . Kwamen we opeens weer aan het eind van de sloot waar mijn vader of 1 van de andere mannen of hun vrouwen stonden. Daar kon je een stempel halen en werd je begeleid bij een stukje klunen over het asfalt om je weg te vervolgen naar wij wisten echt niet waar. Nog verbaasd over het feit dat iemand van de vereniging opeens daar midden in dat landschap stond. Geen rugtasje met eten en drinken had je mee. Aan het eind van de rit kreeg je een “versnapering”.  Nu kan ik mij  niet voorstellen dat mijn moeder ons als kleine guppen op dat ijs heeft laten gaan. Maar waarschijnlijk bewust van het feit dat de tocht probleemloos was uitgezet en het ijs zo betrouwbaar was dat zij zich gewoonweg geen zorgen hoefde te maken.  Daarbij waren er heuse “wakbewaarders” aanwezig daar waar het ijs rabbig was.

Onderbinden van de schaatsen voor de toertocht van 1986

 

En nu was daar februari 2021, als welkome onderbreking van de lockdown, ook dat geweldige winterweer.
Het was al dagenlang , dan niet weken , van te voren voorspeld.
Maar toch ontspringt je een “oooooh” als je je gordijnen opent en de hele wereld toch écht wit blijkt te zijn.
Grote hopen sneeuw, bijeen geblazen door een sterke wind.
En uiteindelijk lang genoeg vrieskou om ook de ijzers weer onder te kunnen binden. Geen spiegelgladde baan maar wel intens veel winterplezier.

“Hoe laat moet ik thuis komen mam? ”
“Je mag pas thuis komen als de ijsbaan gesloten is!”

Dit keer niet in de Stolpen maar in ’t Zand. Het voelt een klein beetje als vreemdgaan.

Thuis baande ik mij een weg door de natte schaatskleding welke lag te drogen op de vloerverwarming en welke vieze zanderige plekken achterliet. Ik nam ze voor lief, hoopte dat het lang genoeg aan zou blijven, en zou na die tijd nog wel zien.

Het kriebelde intens en godzijdank heb ik het natuurijs weer mogen ervaren.
Weliswaar met flinke scheuren en hobbels
(gingen de mannen van de ijsclub vroeger niet de dag vóór de toertocht de route af om de ergste scheuren op te vullen met water?)
maar schaatsend tussen het riet en onder bruggetjes door naar,  ook nu had ik geen idee waar.
Niet op mijn houtjes maar op supersonische noren met softshell schoenen.
Intens genietend van iets wat in mijn herinnering ook zo mooi was.
 
Ons hele gezin heeft genoten van deze geweldige sneeuw en ijstijd en hopelijk hebben ook mijn meiden nu herinneringen voor later. Ik weet namelijk niet hoe vaak dit nog mag gebeuren.
Binnen 2 dagen was de witte wereld veranderd in een zwart drabachtige substantie.
En binnen 5 dagen waren de kleuren weer terug. Reed je door goudgele met stro bedekte velden en kon je de sneeuwklokjes weer boven de grond uit zien.

En nu ……..nu maken we ons op voor het lente weer. En dat zie ik niet aan de wolken of de trek van de vogels. Nee, dat heb ik gewoon gehoord op het journaal, al een paar dagen, dan noet week lang.
Geniet ervan

vrolijke groet en een