Vakantiegevoel

In den beginne van onze tijd samen ,draaiden we onze hand er niet voor om. Onze motoren zadelde we op met tent en slaapzak en we reden naar daar waar het feest gaande was. Het tentje, niet groter dan 2 m2 zette we zo snel als mogelijk op. Vergaten we een keer de tentstokken dan hielden we het doek overeind door de touwtjes vast te knopen aan ons motoren. Was de slaapzak even zoek dan sliepen we op de harde ondergrond. Ruimte om staand je kleding uit te trekken was er niet. Soms viel je dan ook, gesterkt door enkele borrels en het geroesemoes van het feestgedruis als slaaplied met 1 been ontdaan en de ander nog in je broek in een diepe slaap. S’ morgens werd je flink gekreukeld wakker, bakte een ei , propte de tent in de tas en als vanzelf ontvouwde je tijdens de rit terug naar huis weer fris en fruitig uiteen. Vaak 1 nacht, soms 2 nachten bivakkeerde we zo. Plande we meerdere dagen dan waren we wel wat zorgvuldiger. Maar het ging allemaal erg gemakkelijk.

Naar mate de tijd verstreek werden de wensen toch wat groter. De tent groeide met deze jaren mee want het was toch wel fijn om s’morgens droge schoenen aan te kunnen trekken omdat die binnen konden staan nu. Een knap slaapmatras, zelf opblaasbaar, zoveel centimeter dikte. Een tent waarin je bijna staand je kleding uit en aan kon trekken. Een slaapzak beschermend tegen de kou van de Scandinavische landen. Alle uitrusting is er nog en gaat ook zeker weer gebruikt worden.

Maar deze zomer hebben we toch wel de uitermate luxe vorm van kamperen mogen ervaren. Wij woonde namelijk voor 2 weken in een Safaritent. Een tent van een houten karkas, canvas omtrek. Maar hoog genoeg om in te kunnen springen en dansen, zelfs op de tafel die erin past. Een tent met een woon/keuken vertrek en 2 slaapkamers. Slaapkamers met échte bedden. Geen knijpkat maar knappe verlichting dus mijn lenzen mikte ik nu gewoon in het bakkie. Een 4 pits gastoestel voor het welbekende eitje. En zelfs een veranda waar de schoenen vrolijke droog staan te wezen. Een behoorlijk luxe vorm van kamperen dus.

Maar er is 1 ding. Er is iets dat blijft hetzelfde en onveranderd. Iets waar ik tegen aan blijf hikken. Het is iets waar ik van gruwel. Waar ik tegen op zie. En wat ik nooit helemaal los zou kunnen laten en accepteren dat het is zoals het is. Zelfs als ik denk dat onze koning het ook gewoon doet. De toiletten. De toiletgang. Het gezamenlijk naar de wc gaan zonder dat je daar keuze in hebt.

Verschrikkelijk. Écht. Ik kan daar gewoonweg niet aan wennen. Koop wc-bril-opleg-matjes welke in de praktijk nog onhygiënischer blijken te werken dan waar ze voor bedoeld zijn . Wacht mijn momenten af waarop ik vermoed dat er niemand anders is. Maar blijkt er toevallig toch net weer iemand net na mij te komen. De kindjes vind ik niet zo erg. De laarsjes bungelend onder het muurtje vandaan. Hoewel ik er niet aan moet denken hoe zij de bril met hun knuistjes stevig vasthouden. UWGH. Toch, de toiletten worden beter. Dat moet ik wel zeggen. De muurtjes worden hoger én lager (dus geen bungelende kindervoetjes meer). En soms wordt er muziek afgespeeld. Het wc papier blijft nog wel altijd te wensen over. Volgens manlief hebben ze ergens op een plek op aarde mensen bereid gevonden om voor campingwc’s alle 4 dubbel laags toiletpapier velletje voor velletje van elkaar af te pulken om er vervolgens 4 keer zoveel meer rollen enkel laags toiletpapier van te maken.

Maar toch. En eigenlijk heb ik wel een beetje bewondering voor ze, de mensen die zich helemaal kunnen laten gaan. Uitgebreid hun ding doen. Zonder gêne de meest, bizarre geluiden produceren. Maar ik blijf het onsmakelijk vinden. Ik lijk ook altijd de verkeerde mensen naast mij te treffen. De iets over gewichtige dame die zich naast mij in het hokje wringt. Luid snuivend door haar neus, steunend en kreunend zich van haar beneden kleding ontdoet. Zichzelf hoorbaar drapeert over de camping toilet. Ik heb het meegemaakt. Het geborrel begon ergens ter hoogte van haar keel. Ik vermoede een luide boer maar de lucht zakte. Het hele proces nam een flinke aanloop welke ik stapsgewijs kon volgen via het middenrif, als een achtbaan gierend naar lager en uiteindelijk met een daadwerkelijke luidde knal met bijbehorende middelen in het toilet. …..en dat was nog maar het begin. Liefst rende ik met mijn broek op mijn knieën naar buiten, afknijpen en wegwezen. Ik was er beroerd van en had nog altijd hoge nood.

Ik weet het, de een poept nu eenmaal met wat meer geweld dan de ander, dat geeft ook niet, dat is gewoon zo. Maar toch, er aan wennen dat je tijdens het kamperen hier gewoon van mee moet genieten kan ik niet. Had ik het al gehad over de hygiëne? Brrrrrrr, mijn fobie voor vreemde haren wordt op de proef gesteld. Van die lange zwarte aan de wanden van stortbak, de douchewand of de deurkruk geplakt. Ik wijd er niet te ver over uit. Heb dat al eens eerder gedaan hier trouwens  (“smetvrees” gepubliceerd 21 november 2017) Maar het sanitaire gebouw op campings, de “piswagens” op feesten en festivals , het is een noodzakelijk kwaad maar is toch echt de minst favoriete plek van mijn vakantiebestemming.

Maar de vakanties zijn over en voorbij. De scholen weer begonnen. Wij zijn weer naar ons werk. En ik ben weer ontzettend blij met ons eigen wc. Heb hem bij thuiskomst vrolijk dag gezegd, “ik heb je gemist”, “blij je weer te zien”.

vrolijke groet

P.s het went op den duur, we hebben een heeeeeeerlijke vakantie gehad! Jullie hopelijk ook allemaal.